Algemeen

CCBE luidt noodklok over inperken beroepsgeheim advocatuur

By 26 september 2017februari 26th, 2021No Comments

De CCBE (The Council of Bars and Law Societies of Europe) heeft op 15 september 2017 in een stevig statement haar zorgen geuit over ongefundeerde geluiden dat advocaten hun beroepsgeheim zouden misbruiken. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA), de beroepsorganisatie voor Nederlandse advocaten, heeft haar steun uitgesproken voor de actie van de CCBE. “Ook in Nederland wordt met regelmaat aan de poten van het beroepsgeheim gezaagd” (Bart van Tongeren, algemeen deken van de NOvA).

Zoals de NOvA terecht in haar verklaring stelt:

“Wat vergeten wordt, is dat het beroepsgeheim bestaat in het belang van de cliënt en van de rechtsstaat. Het is géén privilege ten dienste van de advocaat”. En: “Geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht vormen het fundament onder het recht op een eerlijk proces. Elke burger, ook een verdachte moet volledig en in vertrouwen kunnen praten met zijn advocaat, om zijn of haar rechtspositie te kunnen bepalen en zonder bang te zijn dat dit later tegen je kan worden gebruikt.” 

Enkele recente pogingen van het Ministerie van Financien om het beroepsgeheim in te perken worden gemotiveerd vanuit de gedachte dat dit zou bijdragen aan de aanpak van internationale belastingontduiking. Een aanpassing van het ‘fiscaal verschoningsrecht’ van advocaten en notarissen zou in dat kader een van de maatregelen kunnen zijn. Het fiscaal verschoningsrecht zou te ongericht zijn; het is onduidelijk welke informatie advocaten en notarissen over cliënten met de fiscus moeten delen, en dat zou een probleem vormen. De NOvA stelt terecht: “Waarom zou de Belastingdienst informatie die ze zelf kennelijk niet via de reguliere en wettelijke begrensde weg te pakken krijgt, ‘via de achterdeur’ bij de advocaat mogen ophalen?” “Wat bedoelt de staatssecretaris eigenlijk met ‘fiscaal verschoningsrecht’? Dat bestáát helemaal niet: iedere advocaat kan zich verschonen, of hij nou civielrechtelijke, straf- of belastingzaken doet.” De NOvA concludeert dan ook terecht: “Wij leven in een rechtsstaat en dan bepaalt de rechter de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht, niemand anders”.

https://www.advocatenorde.nl/nieuws/ccbe-luidt-noodklok-over-inperken-beroepsgeheim-advocatuur

Dit leeft overigens breed onder de Europese advocatuur. Zoals de CCBE in haar statement met betrekking tot het verschoningsrecht terecht stelt:

“Among other ethical values such as independence or the avoidance of conflicts of interest, the relationship of professional confidentiality is a fundamental principle without which there would be no proper protection for clients and lawyers could not practice.

The relationship of professional confidentiality covers everything a client confides in a lawyer, whatever its nature, in order to be best advised and defended.

[…]

This absolute guarantee of trust makes the confidentiality attaching to the relationship one of the cornerstones of individual freedom in a democratic society. It also contributes to the proper administration of justice, with the general interest of society on one hand, and the protection of individual freedoms, including freedom of defence, on the other.”

Ook het CCBE geeft aan dat het verschoningsrecht er niet voor de advocaat is maar ter bescherming van de rechten van de client en de correcte werking van de rechtsstaat en het recht op een eerlijk proces. Het CCBE verwijst dan ook naar het volgende regel in de Europese gedragsregels voor advocaten.

“The lawyer’s obligation of confidentiality serves the interest of the administration of justice as well as the interest of the client. It is therefore entitled to special protection by the State” (article 2.3.1 of the Code of Conduct for European Lawyers).

http://www.ccbe.eu/news/latest-news/