Algemeen

Enkele faciliteiten voor beperkt vennootschapsbelastingplichtige stichtingen en verenigingen

By 22 april 2018februari 26th, 2021No Comments

Stichtingen en verenigingen worden in de praktijk als rechtsvorm vooral gebruikt voor ideële/ sociale of algemeen nuttige doelstellingen. Het kan dan gaan om sportverenigingen, stichtingen die ontwikkelingshulp verlenen, stichtingen die een museum in stand houden, et cetera. Vaak wordt de stichting of vereniging als ANBI (algemeen nut beogende instelling) of SBBI (sociaal belang behartigende instelling) aangemerkt. In al deze gevallen is de betreffende stichting of vereniging er normaliter niet op gericht om commerciële winst te genereren. Toch kan de belastinginspecteur hier voor de heffing van de vennootschapsbelasting van geval tot geval op basis van wetgeving en jurisprudentie anders over denken. De vereniging of stichting kan dan geconfronteerd worden met een vennootschapsbelasting aanslag. Dit is het geval wanneer de inspecteur tot de conclusie komt dat de stichting of vereniging een onderneming drijft (volgens fiscale begrippen). De winst die aan die onderneming is toegerekend wordt belast met vennootschapsbelasting.

Als er dan voor de stichting of vereniging sprake is van een (beperkte) vennootschapsbelastingplicht bestaan er dan ook fiscale faciliteiten? Jazeker. Onder meer de volgende vrijstellingen en aftrekposten kunnen worden genoemd.

  • Een stichting of vereniging kan in aanmerking komen voor een algemene vrijstelling van vennootschapsbelasting indien de fiscale winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000,- en deze fiscale winst in dat jaar en de voorgaande vier jaren gezamenlijk niet meer is dan € 75.000,- (artikel 6 Wet Vpb). Het kan afhankelijk van de feiten en omstandigheden dus verstandig zijn om toch voor belastingheffing te kiezen (en niet voor deze algemene vrijstelling).
  • Stichtingen of verenigingen die als ANBI of SBBI worden aangemerkt kunnen onder voorwaarden een aftrek van fictieve personeelskosten (artikel 9 lid 1 onderdeel h Wet Vpb) claimen. Hoewel vrijwilligers voor de door hun verrichte arbeid geen vergoeding krijgen of een beloning dat aanzienlijk lager is dan gebruikelijk kan de ANBI of SBBI bij de aftrek van personeelskosten doen alsof de vrijwilligers het minimumloon ontvangen en dat minimumloon aftrekken. Dit leidt tot een hogere aftrek dan de daadwerkelijke personeelskosten (vandaar fictieve personeelskosten). Het kan nog interessanter worden voor de ANBI of SBBI als deze aannemelijk kan maken dat voor de betreffende vrijwilligers een hoger loon dan het minimumloon gebruikelijk is. In dat geval kan rekening worden gehouden met dat hogere loon. Kanttekening is wel dat het een en ander goed onderbouwd moet worden.
  • Een stichting of vereniging dat als ANBI wordt aangemerkt kan een aftrek voor kenbaar fondswervende activiteiten claimen (artikel 9a Wet Vpb). De winst die wordt behaald met kenbaar fondswervende activiteiten mogen worden afgetrokken van de totale winst. Kenbaar fondswervende activiteiten zijn activiteiten die voor meer dan 30% met behulp van vrijwilligers worden verricht en die bestaan uit de verkoop van goederen en levering van diensten tegen een prijs die meer bedraagt dan ‘de normale marktprijs’. Hierbij is verder van belang dat aan de kopers en afnemers kenbaar is gemaakt dat de opbrengt geheel of vrijwel geheel ten goede komt aan een ANBI.

Er kunnen de nodige kanttekeningen worden geplaatst bij bovengenoemde voorbeelden. Zo geldt voor bepaalde faciliteiten de kanttekening dat de aftrek niet tot een aftrekbaar verlies kan leiden. Aan de andere kant zijn deze voorbeelden niet limitatief. Zo bestaat er voor culturele instellingen (culturele ANBI’s) de mogelijkheid om voor integraal (volledige) belastingplicht voor de vennootschapsbelasting te kiezen. Duidelijk is dat het in bepaalde gevallen voordelig kan zijn om belastingplichtig te zijn voor de vennootschapsbelasting.