Algemeen

Advocaatkosten procedure tegen belastingboete aftrekbaar?

By 14 maart 2019februari 26th, 2021No Comments

Het zal je als ondernemer maar gebeuren; de Belastingdienst die, naar jouw mening, ten onrechte na een correctie ook nog eens een fikse boete oplegt. Niet fijn. Je neemt dan ook een adviseur of advocaat in de arm om die boete te bestrijden. Je gaat in bezwaar en eventueel vervolgens in beroep waarna die boete wordt vernietigd. Inmiddels, heb je ook al een aanzienlijke factuur ontvangen van je adviseur of advocaat. Je denkt aan die proceskostenvergoeding die aan jou is toegewezen en realiseert je dat deze bij lange na niet de door jou gemaakte kosten van rechtsbijstand compenseren. Kun je dan nog wel die kosten van je inkomsten aftrekken als doekje voor het bloeden?

Over deze of daarmee in verband staande vragen bestaat wetgeving en rechtspraak. Hieruit volgt globaal het volgende.

De wet lijkt op zich glashelder over de aftrekbaarheid van boete. Een bestuurlijke boete, zo ook een door de Belastingdienst opgelegde fiscale boete, is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting (dit geldt voor voor IB-ondernemers). Dit volgt uit artikel 3.14 lid 1 sub c Wet IB . Voor ondernemers die aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn (bijvoorbeeld BV’s en NV’s), geldt via artikel 8 lid 1 Wet Vpb in combinatie met artikel 3.14 lid 1 sub c Wet IB, in beginsel hetzelfde. Op grond van deze artikelen zijn ook de kosten en lasten die verband houden met die bestuurlijke/ fiscale boete ook niet aftrekbaar.

Dan luidt de volgende vraag: Vallen de hiervoor genoemde kosten van de adviseur en advocaat om de boete te bestrijden ook onder die aftrekbeperking?

Uit de letterlijke tekst van artikel 3.14 lid 1 sub c Wet IB zou de conclusie kunnen worden getrokken dat dit inderdaad het geval is. Immers, gesteld zou kunnen worden dat doordat, althans pas nadat, de boete is opgelegd de adviseur en/ of advocaat is ingeschakeld de adviseur of advocaat is aangetrokken om (onder meer) deze boete te bestrijden. De kosten van de adviseur of advocaat hebben daarmee, al is het maar deels, een duidelijk verband met de bestuurlijke/ fiscale boete.

Toch valt hier wel wat op af te dingen zo heeft recentelijk een auteur (Prof. dr. mr. P.G.H. Albert in NTFR 2019/341) in de literatuur beargumenteerd. Volgens deze auteur zouden de kosten van de adviseur of advocaat ter bestrijding van de bestuurlijke/ fiscale boete, deels, wel aftrekbaar (moeten) kunnen zijn. De stelling is met andere woorden dat de aftrek van deze kosten pleitbaar is en wel om de volgende twee redenen:

  1. Artikel 3.14 lid 1 sub c Wet IB maakt een inbreuk op een belangrijk fiscaal concept, i.e., het totaalwinstbegrip, dus moet deze inbreuk niet verder gaan dan noodzakelijk is om de doelstelling van artikel 3.14 lid 1 sub c Wet IB te waarborgen. Ter toelichting: op grond van het totaalwinstbegrip zijn de inkomsten die (onder meer) door de beboetbare gedraging zijn verdiend belastbaar en dus zou de boete aftrekbaar moeten zijn. Nu artikel 3.14 lid 1 sub c Wet IB een inbreuk maakt op dit totaalwinstbegrip moet die inbreuk niet verder gaan dan de doelstelling van dit artikel namelijk: een doeltreffende straftoemeting. Het artikel verlangt (gelet op de doelstelling) met andere woorden slechts dat de boete van aftrek wordt uitgesloten en niet de kosten van rechtsbijstand ter bestrijding van die boete.
  2. Op grond van een arrest van het Hof Den Haag (zie verderop voor het citaat uit rechtsoverweging 7.5 van dit arrest) zijn kosten van rechtsbijstand bij een strafrechtelijke geldboete wel aftrekbaar. Er is geen zinvolle reden om de kosten van rechtsbijstand ter bestrijding van een bestuurlijke/ fiscale boete anders, i.e., strenger, te behandelen.

Of dit standpunt ook voor de rechter volgehouden kan worden is uiteraard nog de vraag. Volgens voornoemde auteur in ieder geval wel. Wellicht bieden de argumenten die deze auteur naar voren brengt ook mogelijkheden voor jou als ondernemer met een vergelijkbare vraagstuk?

Meer weten? Neem contact op!


Hof Den Haag, 18 april 2000, nr. 97/20923:

‘7.5 Naar het oordeel van het Hof geeft de wetsgeschiedenis van de onderhavige bepaling, hiervoren aangehaald in 6, geen aanleiding het bepaalde in artikel 8a, lid 1, aanhef en onderdeel c, van de Wet anders dan volgens haar bewoordingen uit te leggen. Weliswaar geven de woorden ‘die verband houden met’ aan dat kosten en lasten in ruime zin moeten worden opgevat, maar zulks doet niet af aan het vereiste dat de posten die zijn genoemd in het eerste lid van artikel de betreffende kosten en lasten moeten hebben opgeroepen. Zoals is overwogen in 7.4 zijn de in geding zijnde advocaatkosten niet opgeroepen door de aan belanghebbende opgelegde geldboete. Evenmin kan aan doel en strekking van de wet worden ontleend dat de onderhavige bepaling anders dan grammaticaal moet worden uitgelegd. Zoals blijkt uit de in 6.2 aangehaalde passage uit de memorie van toelichting beoogt de aftrekuitsluiting van de geldboete te voorkomen dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan een doeltreffende straftoemeting. Zulks kan niet worden gezegd van de kosten van verdediging in een strafrechtelijke procedure.’