Redactioneel

A-G bij Hoge Raad: geen aftrek lijfrentepremie door kasrondje

By 21 november 2020april 29th, 2021No Comments

Op grond van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 kunnen kwalificerende uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aftrek worden gebracht van het inkomen in box 1. Zo kunnen bijvoorbeeld betaalde premies voor lijfrenten die dienen ter compensatie van een pensioentekort in aftrek worden gebracht.

De aftrek van lijfrentepremies is echter niet onbeperkt. Zo zijn lijfrentepremies die als aanvulling dienen van een pensioentekort alleen aftrekbaar voorzover de jaarruimte nog niet benut is. De omvang van de jaarruimte is afhankelijk van verschillende variabelen, onder meer de pensioengrondslag (i.e., de som van het arbeidsinkomen en de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen van het voorafgaande kalenderjaar). Indien in de zeven voorafgaande jaren de jaarruimte nog niet volledig is benut, kan de onbenutte ruimte alsnog worden geclaimd via de reserveringsruimte. Net als de jaarruimte is echter ook de reserveringsruimte gebonden aan bepaalde maxima.

Ondernemers in de inkomstenbelasting hebben bij de staking van de onderneming nog additionele mogelijkheden om lijfrente in aftrek te brengen. De maximale aftrekbare lijfrentepremie voor ondernemers kan namelijk worden verhoogd met het bedrag van de vrijgevallen oudedagsreserve. Voorts kan de maximale aftrekbare lijfrentepremie worden verhoogd met een bedrag aan genoten stakingswinst. Laatstgenoemde additionele aftrekbare stakingslijfrentepremie is echter gemaximeerd. Het maximum in laatstgenoemde geval is onder meer afhankelijk van de leeftijd van de ondernemer.

Verder is van belang dat premies voor lijfrenten aftrekbaar zijn op het moment waarop zij, kort geformuleerd, zijn betaald. Lijfrenten die zijn “aangekocht” bij de vrijval van een oudedagsreserve of het behalen van stakingswinst kunnen echter ook in aftrek worden gebracht als de betaling binnen zes maanden na dat jaar pas worden betaald.

In een recent verschenen conclusie van A-G Niessen bij de Hoge Raad komt de aftrek van deze lijfrente aan bod. Voor fiscaaltotaal.nl heb ik hier recent een redactioneel over geschreven.

In het kort leert deze conclusie ons dat betalingen op een lijfrente aftrekbaar zijn indien de in verband met die lijfrente betaalde bedragen het vermogen van de belastingplichtige daadwerkelijk hebben verlaten. Indien de aan een BV betaalde bedragen (kort na de gedane betalingen) weer bij belastingplichtige terugkeren bestaat het risico dat de genoten aftrek wordt geweigerd en/ of in het nadeel van de belastingplichtige gecorrigeerd.