Blog

Slachtoffer van de toeslagenaffaire. Discriminatie of geen discriminatie? En nu? Deel I

By 13 februari 2021april 20th, 2021No Comments

Van politieke verantwoording en consequenties naar strafrechtelijke vervolging naar concrete oplossingen

De afgelopen maanden zijn we bijna ‘doodgegooid’ met allerlei rapporten, verslagen en mediaberichten over de kinderopvangtoeslagaffaire. In eerste instantie ging de aandacht voornamelijk nog over de veronderstelling dat de toeslagenaffaire een gevolg was van een ‘ontspoorde’ fraudejacht en de ‘alles of niets’-benadering van de Belastingdienst/ de Toeslagen. Inmiddels lijkt er meer aandacht te zijn voor een ernstiger aspect van de kinderopvangtoeslagaffaire.

In een eerste blog (dat is deze blog) ga ik eerst kort in op wat voorbeelden uit mijn praktijk als het gaat om de kinderopvangtoeslagaffaire en de mogelijke verbanden die gemaakt zouden kunnen worden met discriminatie.

In een vervolgblog (deel II) ga ik meer specifiek in op enkele mogelijkheden die slachtoffers hebben om een oplossing te krijgen voor het onrecht dat hen is aangedaan.

Enkele praktijkvoorbeelden

Allereerst een tweetal sprekende voorbeeldcasussen uit onze praktijk.

Casus 1:

Een cliënte van ons kantoor, een alleenstaande moeder, werkte met behoud van uitkering. Nadat zij van de Belastingdienst/ Toeslagen een beschikking ontving waarbij van haar een bedrag van ruim 40.000 werd teruggevorderd begon de ellende. Nu cliënte de terugvordering niet (direct) kon terug betalen werd zij vanuit de Belastingdienst/Toeslagen geconfronteerd met beslagleggingen op haar huur- en zorgtoeslag en haar kind gebonden budget. Deze beslagleggingen vergroten de ellende voor cliente alleen maar meer. Cliënte moest het ene gat dichten met het andere. Cliënte kreeg de ene deurwaarder na de andere aan de deur. Iedere maand werd er wel door één of meerdere deurwaarders beslag gelegd op haar loon. Voor de loonadministratie van haar werkgevers was het een hele klus om te voldoen aan de door de deurwaarders gelegde beslagen. Door die beslagleggingen raakte zij dan ook achtereenvolgens twee banen kwijt. Tegelijkertijd had cliënte een beslagvrije voet van ongeveer 800 euro. Haar maandelijkse huur was rond de 700 euro. Al snel kan de optelsom gemaakt worden dat er vrij weinig overbleef voor de overige vaste lasten. Het resultaat is dan ook dat het een en ander tot een ontruiming uit haar woning heeft geleid. Cliënte en haar gezin hebben met lede ogen aan moeten zien hoe opkopers haar huis leeghaalden. Cliënte had al niet veel maar het feit dat spullen met een emotionele waarde van met name haar kinderen weggehaald werden.

Casus 2:

Wij hebben ook twee klanten zijnde gastouderbureaus die ook indirect slachtoffer zijn geworden van de toeslagenaffaire simpelweg omdat hun cliënten (de vraagouders) directe slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire waren. In het kort stopten vele vraagouders om met een gastouder te werken omdat ze wisten dat de Belastingdienst/ Toeslagen in hun geval ieder jaar de toeslagen waar zij recht op hadden standaard blokkeerde. Het demotiveringsbeleid van de Belastingdienst/ Toeslagen bracht met andere woorden vele vraagouders ertoe om voortaan maar geen gebruik meer te maken van de kinderopvangtoeslag. Echter, ook nieuwe vraagouders kwamen veelal niet door de aanvraagprocedure heen. In de praktijk kwam het regelmatig voor dat een vraagouder een aanvraag deed voor het verkrijgen van kinderopvangtoeslag, waarna na 8 weken wachten en geen reactie zij met de Belastingdienst/ Toeslagen belden om te vragen waar de toeslag nou bleef. Vervolgens na nog eens een paar maanden wachten kwam de Belastingdienst/ Toeslagen met vragen over de opvang waaronder een verzoek om betaalbewijzen van de eigen bijdrage, terwijl de vraagouder nog helemaal geen toeslag had gehad. Vanwege het logischerwijs ontbreken van betaalbewijzen wees de Belastingdienst/ Toeslagen de aanvraag. Vraagouders besloten dan ook op een gegeven moment om bewust geen kinderopvangtoeslag aan te vragen. Wat ook gebeurde is dat wijzigingen in de kinderopvangtoeslag (die het recht op kinderopvangtoeslag zouden vergroten) niet werden ingediend om te voorkomen dat de vraagouder in een uitworp terecht zou komen en hun kinderopvangtoeslag helemaal zouden verliezen.

Uit deze casussen blijken de enorme negatieve gevolgen van een afwijzing of terugvordering van de kinderopvangtoeslag voor de betrokkenen, in het bijzonder de vraagouders (en hun gezinnen) en de gastouderbureaus.

Ervaringen uit de praktijk waaruit duidelijk blijkt dat de Belastingdienst etnisch aan het profileren was…

Dan komen we op het volgende lastige terrein. In de praktijk is het als individu namelijk heel lastig te bewijzen dat je benadeeld wordt vanwege je etnische achtergrond. Echter, uit verschillende signalen blijkt het voor jou als individu overduidelijk dat sprake is van etnisch profileren. Of zoals een cliënt, die een gastouderbureau runt, het treffend met mij deelde: “het is te vergelijken met de situatie dat je in je jeugd als niet witte jongere bij de deur van een discotheek wordt geweigerd en de portier als reden geeft dat zij slechts vaste klanten toelaten. Als niet witte jongere vermoed je aan alles dat het te maken heeft met discriminatie, want je ziet witte jongeren (tevens bekenden van jou) die voor het eerst de betreffende discotheek bezoeken wel gewoon zonder probleem door dezelfde portier worden toegelaten. Ook dan is het vrijwel ondoenlijk om te bewijzen dat de weigering in jouw geval met discriminatie te maken heeft.

In de praktijk probeer je dat te bewijzen door steekproefsgewijs te toetsen wanneer jongeren wel en wanneer jongeren niet worden toegelaten om te concluderen of sprake is van discriminatie. Op vergelijkbare wijze kun je dit toetsen bij slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire. In welke mate worden niet witte vraagouders of vraagouders met een andere of dubbele nationaliteit of klanten van gastouderbureaus gerund door niet witte directeuren of eigenaren geconfronteerd met afwijzingen en stopzettingen vanuit de Belastingdienst/ Toeslagen? Hoe verhoudt dit zich tot de gevallen waar de vraagouders wit zijn of het gastouderbureau gerund wordt door een witte directeur of eigenaar?”

Het is duidelijk dat het voor een individu makkelijker is aan te tonen dat de afwijzing en/of intrekking van toeslagen onrechtmatig is dan dat discriminatie of etnisch profileren in de betreffende concrete situatie in het spel is.

En toch blijkt uit verschillende rapporten, verslagen en berichten dat discriminatie een rol speelde althans heeft kunnen spelen bij vele kinderopvangtoeslagdossiers.

Ter illustratie citeer ik uit (meer specifiek pagina 3 van) het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens van 17 juli 2020:

“Twee typen verwerkingen zijn volgens de AP discriminerend en daarmee onbehoorlijk: ten eerste het gebruik van de nationaliteit voor een indicator in het risico-classificatiemodel, en ten tweede het verwerken van de nationaliteit voor de opsporing van georganiseerde fraude met kinderopvangtoeslag. Bij beide verwerkingen concludeert de AP dat deze onderscheid maken op grond van nationaliteit, zonder dat daar een objectieve rechtvaardiging voor bestaat. Er bestaat geen objectieve rechtvaardiging omdat er bij het onderscheid naar nationaliteit geen redelijke en proportionele verhouding bestaat tussen het onderscheid en het daarmee beoogde doel. Daarom merkt de AP de verwerkingen aan als discriminerend en bijgevolg als onbehoorlijk.” 

Wat nu?

In een individuele casus verwacht ik dat het veelal lastig zal blijken te zijn om te bewijzen dat sprake is geweest van discriminatie of etnisch profileren door de Belastingdienst/ Toeslagen. Toch lijkt uit verschillende gezaghebbende rapporten en verslagen te volgen dat wel degelijk sprake is geweest van discriminatie. Dit biedt voldoende aanleiding om in een individuele casus nader onderzoek te doen of er in een concreet geval sprake is geweest van discriminatie.

Meer weten hoe en wat je hiermee kunt? Neem dan contact met ons op!