Blog

Uitwisseling van gegevens via CRS: zijn gegevens uitgewisseld en wat zijn mogelijk de gevolgen?

By 20 april 2021No Comments

Uitwisseling van gegevens via CRS: zijn gegevens uitgewisseld en wat zijn mogelijk de gevolgen?

De common reporting standard (hierna: CRS) is kort geformuleerd een internationale afspraak tussen deelnemende landen om gegevens uit te wisselen over financiële gegevens, zoals bankrekeningen.

Het doel is om belastingontduiking (waaronder zwartsparen) tegen te gaan. In dat kader wordt tussen CRS-landen gegevens uitgewisseld. Hoe wordt nu bekend of gegevens zijn uitgewisseld in het kader van CRS en wat kunnen hiervan de gevolgen zijn?

Gegevens uitgewisseld?

De mogelijkheid bestaat dat financiële gegevens van een CRS-land worden (of zijn) verstrekt aan de Belastingdienst (lees meer over CRS in de recent verschenen blog van mijn kantoorgenoot: Automatische uitwisseling van informatie – Common Reporting Standard). Op het moment dat de Belastingdienst financiële gegevens ontvangt over een belastingplichtige met vermogen in het buitenland, dan zal de Belastingdienst deze gegevens gaan controleren en gaan verwerken. Er wordt voor deze blog uitgegaan van de situatie dat het vermogen door de belastingplichtige niet eerder fiscaal verantwoord is geweest. Of gegevens zijn uitgewisseld, kan (veelal) op twee manieren bekend worden bij de belastingplichtige:

  1. de (in het buitenland aangehouden) bank- of spaarrekening(en) zijn ingevuld in de vooraf ingevulde aangifte inkomstenbelasting; en/of
  2. de Belastingdienst verstuurt een brief dat zij over informatie beschikt waaruit volgt dat de belastingplichtige over vermogen in het buitenland beschikt. Dit is aan de orde als het (buitenlands) vermogen niet eerder fiscaal is verantwoord.

Vooraf ingevulde aangifte

Als de rekeningen zijn ingevuld in de vooraf ingevulde aangifte, dan kunnen deze niet zonder gevolgen worden verwijderd uit de vooraf ingevulde aangifte. Op het moment dat de vooraf ingevulde aangifte wordt aangepast en de aangifte wordt ingediend zonder opgaaf van de buitenlandse rekening, dan is de kans groot dat dit zal leiden tot een uitworp van de aangifte. Dat betekent dat de aangifte zal worden behandeld door de inspecteur en niet automatisch wordt afgedaan door de computer. Het gevolg kan zijn dat alsnog een vragenbrief wordt verstuurd met het verzoek om informatie aan te leveren over bijvoorbeeld de buitenlandse bankrekening.

Vragenbrief

De Belastingdienst verzoekt dan om informatie te verstrekken over al het (buitenlands) vermogen dat niet eerder is opgegeven in de afgelopen 12 jaar (of vanaf het moment dat het vermogen is aangehouden). Daarbij kan worden gedacht aan bankafschriften, openings- of sluitingsformulieren van bankrekeningen of informatie waaruit blijkt wat de waarde is van een tweede woning in het buitenland. De Belastingdienst kan dan de te weinig geheven belasting navorderen.

Navordering over 12 jaren

Op het moment dat het buitenlands vermogen bewust niet (eerder) is opgenomen in de aangifte, kan de Belastingdienst de verschuldigde (inkomsten-)belasting navorderen door middel van een navorderingsaanslag. Op grond van artikel 16, lid 4 Algemene wet inzake rijksbelasting (hierna: AWR) heeft de Belastingdienst de bevoegdheid om, onder bepaalde voorwaarden, over 12 jaar na het ontstaan van de belastingschuld de van de belastingplichtige te weinig geheven belasting na te vorderen. Dit kan worden verduidelijkt aan de hand van het volgende voorbeeld:

Voorbeeld:

Hassan is fiscaal inwoner van Nederland en houdt een rekening aan bij een bank in Marokko (stel: Chaabi Bank). Hassan heeft zijn bankrekening geopend in het jaar 1998. Hassan heeft de rekening niet opgegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. In juli 2022 ontvangt Hassan een brief van de Belastingdienst waarin is opgenomen dat zij informatie hebben ontvangen van de Chaabi Bank dat Hassan een rekening aanhoudt bij de Chaabi bank. De Belastingdienst vraagt aan Hassan om informatie te verstrekken over zijn rekening bij de Chaabi Bank (en eventueel ander vermogen in het buitenland).

In dit voorbeeld kan de Belastingdienst over de jaren 2010 tot en met 2022 navorderingsaanslagen op te leggen, ervan uitgaande dat er inkomstenbelasting over het vermogen verschuldigd is. De Belastingdienst kan zich met succes stellen dat er sprake is van een nieuw feit en/of dat Hassan te kwader trouw is: hij heeft opzettelijk zijn buitenlandse bankrekening niet vermeld in zijn aangifte inkomstenbelasting. Hassan riskeert daarmee hoge boetes. Kunt u dit voorkomen?

Boeterechtelijk of strafrechtelijk?

De Belastingdienst kan kiezen tussen het opleggen van een vergrijpboete of uw zaak aan te melden voor strafrechtelijke vervolging. De Belastingdienst is daarbij gebonden aan het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (hierna: BBBB) en het protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (hierna: protocol AAFD). Sinds 1 januari 2020 is de inkeerregeling ex artikel 67n AWR voor inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen uit sparen en beleggen (box 3) afgeschaft. De inkeerregeling houdt – kortgezegd – in dat alsnog de juiste en volledige aangifte wordt gedaan.

Met de hiervoor genoemde wetswijziging is ook artikel 69, lid 3 AWR aangepast. Dit houdt in dat een vrijwillige melding van het (niet eerder fiscaal verantwoord) vermogen niet meer automatisch tot gevolg heeft dat het recht tot strafvervolging komt te vervallen.

Beslismodel: bestuursrechtelijke of strafrechtelijke vervolging

Voordat strafrechtelijke vervolging in beeld komt moet in het normale geval eerst op grond van het BBBB sprake zijn van een nadeelbedrag van minimaal € 20.000 aan ontdoken belasting. Als die drempel aan ontdoken belasting behaald wordt, dan wordt de zaak aangemeld bij de boete-fraudecoördinator van de Belastingdienst. Als de boete-fraudecoördinator meent dat er sprake is van opzet, dan kan de zaak worden aangemeld voor strafrechtelijke afdoening.

Is er echter sprake van een nadeelbedrag van minimaal € 100.000 (aan ontdoken belasting) en is er een vermoeden van opzet, dan wordt de zaak op grond van het protocol AAFD in de regel direct aangemeld voor strafrechtelijke afdoening. Is er sprake van een nadeelbedrag tussen € 20.000 en € 100.000, dan geldt dat er sprake moet zijn van opzet en een of meer van de aanvullende wegingscriteria om strafrechtelijk te kunnen vervolgen.

Wat betekent dit voor u?

Wordt u geconfronteerd met een buitenlandse bankrekening in uw vooraf ingevulde aangifte? Of heeft u vermogen dat niet eerder fiscaal verantwoord is en wilt u dat alsnog doen? Laat u dan adviseren zodat u niet voor verassingen komt te staan. De Belastingdienst kan u hoge boetes opleggen of zelfs uw zaak aanmelden voor strafrechtelijke vervolging. Neem contact op met ons kantoor om u zich te laten informeren.

 

Auteur: mr. T. Khidous